21 december 2016

Europees Hof velt oordeel in Arco affaire

Het Europees hof van Justitie heeft de Arco-regeling zoals verwacht afgeschoten. 
Het Europees hof heeft vanochtend terecht het negatieve advies van de advocaat-generaal gevolgd. Volgens het hof komt de staatswaarborg voor de Arco-coöperanten neer op illegale staatssteun. Daarmee wordt de huidige Arco-regeling dus definitief naar de prullenmand verwezen.
Minister Kris Peeters en zijn acolieten zullen hiermee niet erg gelukkig zijn. Zij stellen nu reeds dat het geen verrassing is.  ‘Als dat gebeurt, dan staat een taskforce met experts klaar die deze namiddag nog zal bijeenkomen om een plan B uit te werken’, verklaarde vice-minister Kris Peeters (CD&V) net voor de vergadering van de veiligheidsraad deze ochtend op Radio 1.  
Het gaat natuurlijk over de belangen van zijn kiesvee en dienstbetoon. Maar eerlijk gezegd, en voor een staatsman van zijn taille, zou het toch gepast zijn om rekening te houden dat niet de belastingbetaler hiervoor dient op te draaien.
Ik kom ook uit de banksector, ik weet dat een coöperatief aandeel ook maar een aandeel is, en bijgevolg ook alle risico's van een aandeel loopt. 
Je moet geen geschoold econoom zijn maar wat gezond boerenverstand hebben om dat te weten. Er zijn geen veilige aandelen, ook geen cöoperatieve en ook geen veilige obligatieleningen. Ik heb ook ervaring met klanten met een kort geheugen en bankagenten die al eens een loopje met de waarheid durven nemen. Want zoekt de klant niet het hoogste rendement met het laagste risico en liefst nog niet fiscaal belast? En is de verleiding als "verkoper" niet zo groot om hierop in te spelen zonder veel vragen te stellen?  En is het dan niet zo "dass mann es nicht gewüsst hatte", de bazen van Arco hebben het ons opgelegd!
Arco bestaat ondertussen niet meer, Dexia ook niet, maar de mannen en vrouwen achter Arco en Dexia zijn er nog wel bij Belfius, bij beweging.net en bij verschillende financiële instellingen als kantoordirecteur en/of medewerker.  
En klagen over het verlies van 2.000 Euro ?  Mensen die op de rand van de maatschappij leven, hebben hierin niet belegd.  Voor zij die dit wel konden vind ik het jammer.  Maar dat wil nog niet zeggen dat iedereen daar akkoord moet mee gaan en de gevolgen betalen.  Uiteindelijk gaat het over peanuts ! En onze politieke kaste meende weer eens snel na een debacle, uitspraken van grootheidswaanzin te moeten doen waar zij later spijt van hebben.
Leo.

02 oktober 2016

Verkiezingen in de VS

Je kan er niet om heen.  Je wordt overdonderd in de media over de op til zijnde Amerikaanse presidentsverkiezingen.  Normaal sta ik hierbij niet stil, het is uiteindelijk een van de lichtende voorbeelden van een “ democratisch” proces.  Vraag blijft natuurlijk of dit er wel echt democratisch aan toegaat.  En daar heb ik wel wat twijfels over.

Ogenschijnlijk zijn er in de Verenigde Staten slechts twee partijen, de roden, alles behalve  socialisten en/of communisten (blijkbaar een scheldwoord in de VS), ook de olifanten of beter nog de “Old Republican Party” en de blauwen, de ezels of “The Democratic Party”. Niets is minder waar, maar met uitzondering van de staten Maine en Nebraska, is in alle andere staten het het principe van “ First past the post” of “The winner takes all” van toepassing en komen kleinere partijen nooit boven water.

De verkiezingen in de Verenigde Staten vinden om de 2 jaar plaats op “Election Day”.  De presidentsverkiezingen om de 4 jaar en ze duren ook bijna een volledig jaar.  Het minste wat je dus kan zeggen is dat de kiezers zeker niet over een nacht ijs gaan en de verkiezingen verlopen in een aantal stappen.

In het jaar dat de verkiezingen voorafgaat welke plaatsvinden op de dinsdag na de eerste maandag van november in elk Olympisch jaar (dit jaar dus op 08 november) worden er allerlei zaken georganiseerd op niveau van de individuele staten waarbij de aanhangers van een partij kiezen wie ze als hun kandidaat naar voor schuiven. Deze procedure per staat zijn ofwel “primaries” of “caucuses”. Een caucus is een soort samenkomst van sympathisanten van een partij die hun keuze kenbaar maken.. Een primary lijkt op een echte verkiezing met stembussen en stembiljetten en alles wat wij ons daarbij kunnen voorstellen. In de VS heeft elke Amerikaan stemrecht, maar dient zich vooraf te registreren.  Enkel de geregistreerden kunnen dus stemmen, maar hebben geen stemplicht noch opkomstplicht.
Elke staat krijgt een aantal “delegates” of gedelegeerden toegekend.  Deze toewijzing is grondwettelijk vastgelegd op basis van het aantal inwoners per staat en wordt om de tien jaar herzien na een volkstelling.  De meest bevolkte staten krijgen dus meer delegates dan de minder bevolkte. Maar de kleinere staten zijn ook grondwettelijk beschermd zij kunnen rekenen op 3 delegates ongeacht hun  inwoners aantal.  Vermont bijvoorbeeld (eens staat met 600.000 inwoners dus heeft drie delegates nl een constituancy delegate (zetel in het Huis van Afgevaardigden) en 2  senatoren. Elke staat heeft er twee, ongeacht de grootte of het bevolkingsaantal..
Die zullen de keuze van de staat in kwestie duidelijk maken op de grote partijconventie op het einde van de zomer, waar de presidentskandidaat en zijn “running mate” worden aangeduid. In sommige staten scharen alle delegates zich achter hun winnaar, in andere staten worden de delegates proportioneel verdeeld volgens de behaalde percentages.
Naast die delegates zijn er ook “unpledged” (Republikeinen) of “super delegates” (bij de Democraten) die niet verkozen worden, maar op de partijconventies toch hun zeg mogen doen over de keuze van een presidentskandidaat. Die speciale delegates zijn gewezen presidenten, gouverneurs of andere topfiguren van de partij.
Na de conventies begin september kennen we dus van de twee grote partijen de kandidaat voor het Witte Huis en zijn kandidaat voor het vicepresidentschap. Die twee tandems nemen het dan tegen elkaar op in de echte campagne die op 8 november 2016 eindigt met de verkiezingen zelf. Maar ook andere kandidaten kunnen zich aandienen.  Dit jaar zijn dat naast Hillary Clinton en Donald Trump, Gary Johnson van de Libertarische Partij en Jill Stein van de Groenen. En waarschijnlijk heb je deze mensen zelf nooit gezien, laat staan hun naam gehoord.  Het wordt dus zeker een van de twee eerst genoemden.
Maar Amerikanen stemmen niet rechtstreeks voor hun president maar onrechtstreeks. Per staat worden een aantal “kiesmannen/kiesvrouwen” of “electors” afgevaardigd naar een Electoral College. Officieel kiezen die 538 mannen en vrouwen dan op 19 december wie de volgende president is, maar eigenlijk weten we dat meestal al met zekerheid de nacht van de verkiezingen zelf.  Het Electoral College is een overblijfsel uit de 18e eeuw toen de “wil van het volk” nog moest worden gefilterd door “een college van wijze mannen” om populistische machtsovernames of nieuwe dictators de pas af te snijden.
Het is dus niet degene die de meeste stemmen heeft gehaald die automatisch president wordt (Al Gore moet je het eens vragen in zijn strijd met tegen George W. Bush.  Gore haalde meer stemmen dan Bush, maar Bush haalde meer kiesmannen dan Gore).
Zelfs dan is de procedure nog niet helemaal afgelopen. Zo worden in januari voor het Verenigde Congres nog eens de stemmen van de “electors” geteld en maakt de Senaatsvoorzitter officieel de winnaar van de verkiezingen bekend. Die mag dan in januari 2017 de eed afleggen als president van de Verenigde Staten en het Witte Huis gaan bewonen voor de volgende 4 jaar.
Een belangrijk punt nog: op de verkiezingsdag op 8 november wordt niet enkel een president, maar ook een nieuw Huis van Afgevaardigden (435 leden) en een derde van de Senaat verkozen, evenals de gouverneurs van een aantal staten. De meerderheid in die kamers van het Congres is bijna even bepalend voor de machtsverhouding als de nieuwe bewoner van het Witte Huis.

Is dit nu democratisch? Ik heb daar mij twijfels over, mij lijkt dat met de Vox Populi een loopje wordt genomen.  Of ze daar nu in de VS dit jaar moeten kiezen tussen de pest en de cholera? Mocht de impact van het resultaat op het wereldgebeuren niet zo  belangrijk zijn en ook wij hierdoor niet getroffen worden, zou het mij worst wezen. Maar … dit is niet zo en ook ik kijk dus reikhalzend uit naar het resultaat van de vierjaarlijkse show. Op naar de verlossende 270 kiesmannen.

Met dank aan de inbreng van professor Bart Kerremans die op de openingszitting van het academiejaar 2016-2017 van de universiteit van de derde leeftijd Leuven ook dit item voorbeeldig kwam illustreren, Wikipedia voor de map van de kiesmannen per staat en The Guardian voor de banner.

Leo




02 december 2015

Inferno

Auteur : Dan Brown
Oorspronkelijke titel : Inferno
Eerste uitgave :2013

Je kan een boek op veel manieren bespreken. Lees er maar eens alle besprekingen op na op het web. Bij vele besprekingen is het zelf niet meer nodig om het boek te lezen, de verhaallijn, alle personages worden ruim besproken en zelf het plot wordt onthuld en dat is jammer natuurlijk voor een thriller.

Ik probeer het dan maar eens op een andere manier. Een topgeneticus heeft een probaat middel gevonden om de wereldbevolking onder controle te houden. De topgenetius is ook een Dante liefhebber, en het verhaal speelt zich af in de stad van Dante Aleghieri, Firenze, het kloppende hart van Toscane en draait om hoofdstuk 1 van de Divina Commedia, nl het Inferno.

Hoofdpersonnage is Robert Langdon die wij ook kennen uit de vorige werken van de auteur, het Bernini Mysterie, de Da Vinci code en Het verloren Symbool.

Dante door Sandro Botticelli
In deze vierde actiethriller wordt Robert Langdon, professor kunstgeschiedenis en symboliek aan Harvard wakker in een ziekenhuis in Firenze met een hoofdwond en geheugenverlies. Het laatste wat hij zich herinnert is dat hij op de Harvard-campus wandelde. Blijkbaar is hij op een onverklaarbare wijze betrokken geraakt in iets wat de mensheid tot in zijn mens zijn gaat treffen.

Dodenmaker Dante
in Palazzo Vecchio
Het verhaal is spannend, esoterisch, beperkt in de tijd (laat ons zeggen 2 dagen en het weekend ervoor) waarvan Langdon zich niets herinnerd. De strijd tegen de geheimzinnige vijand voert je door alles wat kenmerkend is voor Firenze, het Palazzo Vecchio, de tuinen van Boboli, de Corridoio Vassariano, de Ponte Vecchio, de Duomo en de nog mooiere Battistero en de Gallerie degli Uffizi. Maar ook naar Venetië met het San Marcoplein en het Dogenpaleis om uiteindelijk te verhuizen naar het raakpunt van Oost en West, Istambul met zijn prachtige Hagia Sophia en de verzonken zalen eronder.

Razend spannend, op meesterlijke wijze wordt geschiedenis, kunst, codes en symbolen een spannend verhaal. En het boek geeft zoveel info, dat je enkele dagen zoet bent als je meer wil weten over de Divina Commedia, in zijn geheel, het dodenmasker van Dante, en de invloed die deze mysterieuze meester had en nog heeft op kunstenaars.

Je kan hier eens klikken om de Dante Symphonie te beluisteren van Franz Lizst, een oog te werpen op La mappa dell'Inferno van Sandro Botticelli of even in het Nederlands de Divina Commedia van Dante Aleghieri zelf te lezen.

Het zegt niets over het boek van Dan Brown, behalve dat ik er van uit ga dat je interesse gewekt kan worden door zo'n personage en je daar fiction en actie kan aan toevoegen in zijn echte stijl.

Leo

30 september 2015

Music in the cloud of het verhaal van beiaardcultuur in de Lage Landen

De organisatie van de universiteit van de derde leeftijd (KU LEUVEN) liet Luc Rombouts het academiejaar 2015-2016 aftrappen met de openingsles Music in the cloud. Geen Google toestanden, Spotify en andere 8tracks, maar echte muziek in de lucht: Beiaardmuziek. Een voltreffer, gevolgd door een privé (publiek) extra concert na de les.
Universiteitsbibliotheek Leuven
Om te weten wat een beiaard doet, is het aangewezen te weten wat een klok is. Een klok is een metalen, meestal een bronzen bel welke men meestal in een toren hangt. De klok dient om de omwonende bevolking ergens op te attenderen of  waarschuwen, bijvoorbeeld een evenement of onraad.

Klokken werden gebruikt zowel voor kerkelijke als burgerlijke overheden. Kerkelijke instanties riepen de mensen op tot gebed, de misviering of andere rituelen die in de kerk doorgingen (bruiloften, overlijden, vespers, metten en toestanden).  Burgerlijke overheden gebruikten de klok om een nakende inval te attenderen,, brand, de avondklok voor de nachtwacht, feestelijke aangelegenheden, e.d. De klok werd ook gebruikt om de tijd aan te geven Dan gebruikte men meestal een voorslag om de aandacht te vestigen dat het uur zou worden geslagen en iedereen dus tijdig kon beginnen tellen, kwestie van het juiste uur te weten. Via galmgaten werd het geluid van de klok gedragen over de lokale plaats.

Afhankelijk van de bevestigingsmethode van de klok, werd deze door de bedienaars van de klok, geluid ! De klok hangt los en door touwen werd de klok in beweging gebracht zodat de klepel tegen de bewegende klok sloeg.  

Andere klokken werden geklept, de klok hing dan vast en de klepel werd in beweging gebracht en tegen de klok aangeslagen.

Elke klok heeft zijn timbre en dus konden er verschillende signalen worden gestuurd, naarmate de behoefte zich opdrong (snel bijvoorbeeld voor gevaar, traag om de tijd aan te geven), hoog of laag, en in verschillende ritmes.

Verschillende klokken werden ook opgehangen om als beiaard of carillon als een muziekinstrument dient te doen. Beiaardklokken hangen stil en worden alleen door het bewegen van de klepel of door de hamer van het automatisch speelwerk tot klinken gebracht. Een beiaard wordt niet geluid, maar bespeeld (via een stokkenklavier en klepels in de klok) of speelt automatisch (via hamers aan de buitenzijde van de klok).

Klokken waren altijd kostbare symbolen en veel klokken zijn eeuwenoud. Nog steeds worden ze gegoten door klokkengieters (een ambacht met veel aanzien).

De beiaard is een product van de stadscultuur in de Lage Landen. Algemeen wordt als startpunt van de beiaardcultuur het jaar 1510 genomen. In dat jaar voorzag uurwerkmaker Jan van Spiere de 9 uurwerkklokjes in het stadshuistorentje van Oudenaarde van een “clavier (...) om te beyaerdene” Het woord beiaard zou een eerste maal vermeld zijn in het middeleeuws verhaal “Van den vos Reinaerde” verschenen rond 1260.
Daaruit blijkt dat de versie die wij allen wel in de school hebben gelezen een eerder “gekuiste” versie was dan het oorspronkelijke handschrift.  Ter verduidelijking vers 1260 tot en met 1268.  De dus ongekuiste versie  lees je best op  http://www.reynaertgenootschap.be/node/81
Alse Tybeert dat ghesach,
Doe dedi een deel als die boude,
Dat dien pape verghinc te scanden.
Beede met claeuwen ende met tanden
Dedi hem pant, alsoet wel scheen,
Ende spranc dien pape tusschen die been
In die burse al sonder naet,
Daermen dien beyaert mede slaet.

Met de beiaard kon er dus op klokken worden gemusiceerd als op een orgel of een klavichord. De meest geciteerde verklaringen waarom het klokkeninstrument in de zuidelijke Nederlanden ontstond, was de onderlinge competitie tussen de welvarende Vlaamse en Brabantse steden, het gunstige muzikale klimaat waarin ook de Zuid-Nederlandse polyfonie gedijde en de technologische voorsprong van het gebied.
De beiaard evolueerde snel en aan het einde van de 16e eeuw waren er toreninstrumenten in het hele gebied van de Nederlanden. Naarmate het aantal klokken van de beiaard toenam en de beiaardmuziek complexer werd, stoorde het steeds meer dat beiaardklokken onzuiver klonken. De oudste beiaardgieters beheersten niet de techniek om hun klokken ook te stemmen, iets wat wel vereist is voor een instrument.
Die innovatie ontstond pas toen de Utrechtse stadsbeiaardier Jacob van Eyck rond 1644 in contact kwam met François en Pieter Hemony, twee klokgietende broers uit de Franse landstreek Bassigny. Met behulp van de blinde beiaardier met het uitstekende gehoor ontwikkelden de Hemony’s de stemtechniek van klokken.
De opgaande lijn van de beiaardkunst werd abrupt doorbroken tijdens de Franse overheersing. Haast alle kerk- en abdijbeiaarden in de zuidelijke Nederlanden en Noord-Frankrijk werden opgeëist en hun brons werd gebruikt om munten en geschut te gieten. Toen na het concordaat van 1801 klokken en beiaarden weer getolereerd werden, kon de beiaard het elan van voorheen niet voortzetten. In de burgerlijke muziekcultuur van de 19e eeuw had hij immers zijn maatschappelijke vanzelfsprekendheid verloren. In Nederland kwam het instrument sterk in verval, maar in België werd de beiaard gerecupereerd door de romantiek, niet als een actueel muziekinstrument, maar als een van de symbolen die het nationaal gevoel in de pas gevormde staat konden versterken. In 1892 gaf Jef Denyn op de Mechelse Sint-Romboutstoren als eerste in de geschiedenis avondconcerten en emancipeerde de beiaard van een sociaal begeleidingsinstrument tot een muziekinstrument dat werd beluisterd om zichzelf. De Mechelse maandagavondconcerten werden een internationaal massafenomeen en luidden een duurzame heropleving van de beiaardcultuur in. Dat resulteerde onder meer in de oprichting van de Mechelse beiaardschool in 1922.
In de Eerste Wereldoorlog werden 13 Belgische beiaarden door oorlogsgeweld verwoest. Opnieuw kregen de Belgische beiaarden een symboolwaarde, want Engelse, Franse en Amerikaanse auteurs schreven artikelen, poëzie en verhalend proza over die toonbeelden van het dappere en cultuurminnende Belgische volk die door een barbaarse onderdrukker werden verwoest. De imago-opbouw rond de Belgische beiaarden tijdens de oorlog inspireerde vermogende Amerikanen tot de aankoop van Engelse beiaarden als gedenkteken voor gesneuvelde soldaten, familieleden of henzelf en in enkele decennia ontstonden tientallen instrumenten in Amerikaanse kerktorens en universitaire campaniles. Slechts zelden werd in de Nieuwe Wereld een stadsbeiaard geplaatst.
In de Tweede Wereldoorlog leidden de metaalbehoeften van de nazi’s tot een grootscheepse klokopeising, die naar schatting 150.000 klokken uit Duitsland en de bezette gebieden deed terechtkomen in de smeltovens van twee verwerkingsfabrieken in Hamburg. Na de oorlog bracht de enorme vraag naar nieuwe klokken de Nederlandse klokgietkunst tot een nieuwe bloei. In Noord-Amerika ontstond een dynamische en zelfbewuste beiaardbeweging en de rustige luisteromgeving rond de zware Amerikaanse beiaarden inspireerden beiaardiers en componisten tot het schrijven van een nieuw soort beiaardmuziek met lyrische kwaliteiten die maximaal gebruikmaakte van de schoonheid van de lang uitklinkende klokkenklank. Vandaag zijn er wereldwijd 633 beiaarden, meer dan ooit tevoren. Toch is de beiaard niet uitgegroeid tot een wereldinstrument, want 70% van de instrumenten is geconcentreerd in het historische kerngebied van de Lage Landen en Noord-Amerika en de meeste van de dertig zogenaamde beiaardlanden tellen slechts een tot vier instrumenten.
De beiaard heeft vandaag een dubbele functie. Allereerst: de beiaard is levend erfgoed, hij is een historisch gegeven dat zichzelf voortdurend kan hernieuwen door zijn repertoire aan te passen aan de samenleving van vandaag. Dat die samenleving multicultureel is, is trouwens een extra uitdaging voor de beiaardiers van vandaag. Beiaardmuziek verhoogt het tijdsbesef bij de omwonenden. Het wekelijkse ritueel van de beiaardbespelingen en de onwrikbare regelmaat van het automatisch speelwerk doorbreken het hier en nu denken en verbinden ons met vroegere en toekomstige generaties. Ten slotte is de beiaard in de gesegmenteerde samenleving van vandaag een van de laatst overgebleven massamedia in de zuivere betekenis van het woord. Hij speelt koppig voor iedereen, zonder onderscheid in rang of stand en creëert daardoor een collectieve beleving bij zijn publiek. Hij kan dus een ondersteunende rol spelen in de versterking van de maatschappelijke cohesie en een harmonische stadscultuur. Natuurlijk is die rol alleen maar mogelijk als beiaardiers bereid zijn na te denken over hun repertoire en als beleidsmakers bereid zijn om nieuwe instrumenten in te planten in woongemeenschappen die zich vaak buiten de historische stadscentra bevinden. Op die manier kan de beiaard na 500 jaar opnieuw een instrument voor de toekomst worden. De recente erkenning van de Belgische beiaardcultuur door UNESCO is in dat verband een belangrijke stap.  Beiaarden in Leuven, in de Sint Pieterskerk, in de Geertrui abdij en in de bibliotheek van de KU Leuven

En Leuven?  Actueel zijn er actueel 4 en een 5e op komst. De grootste bevindt zich in de Universiteitsbibliotheek met 63 klokken. De collegiale Sint Pieterskerk en de Sint Geertruikerk hebben er 49, en de beiaard van het groot begijnhof heeft er 45.  Tegen 2019 verwacht men dat ook de kerk van de abdij van het Park opnieuw over een beiaard zou beschikken.  Dat werd in alle geval door Luc Rombouts, titularis van de beiaard van Tienen en de universiteitsbeiaarden van de bibliotheek en het groot begijnhof aangekondigd en ik zag de burgervader van Leuven, goedkeurend knikken.  Dus dat komt wel in orde.

Luc in zijn toren
Met dank aan Luc Rombouts wiens uiteenzetting in deze tekst deels werd gebruikt om deze blog te plegen. De beiaard van de universiteitsbibliotheek wordt manueel bespeeld elke dinsdag en donderdag avond tussen 19 uur en 19:45 uur. Beluisteren kan, zoek je een goed terrasje op het Monseigneur Ladeuzeplein. De beiaard van het groot begijnhof wordt automatisch bespeeld elke dag van het jaar op het uur en het halfuur.

Leo

26 juni 2015

Labrys

Auteur : Jo Claes
Uitgeverij : Houtekiet in 1989.

Het best is om eerst de verklaring te geven van de titel. Een labrys is een ceremonieel symbool in de vorm van een dubbele bijl. In het klassieke Grieks bekend als pelekys. Zulke dubbele bijlen of bijltjes zijn gevonden als votiefgeschenkjes. 

Alhoewel het object op een bijl lijkt doet het daar toch wat te onhandig en gevaarlijk voor. Mogelijk zijn het (foutieve) interpretaties van een gestileerde vlinder uit vroegere tijden. Dat was namelijk het symbool van regeneratie in 4 verschijningsvormen (ei, rups, pop en vlinder); symbool van eeuwig leven. Er is ook een optiek dat de mens nu in één vorm voorkomt, daarna in een andere. Het zou een oersymbool zijn dat teruggaat tot de Moedergodincultus.

Waarschijnlijk is het woord labyrint afgeleid van de labrys en dit is het echt thema van deze roman. Het centrum van een labyrint laat zich zelden ontdekken via de kortste weg, als lezer moet je dus meedraaien met de bochten en bogen van het verhaal en enkel op die manier ontdek je de kern. Wie bereid is mee te draaien met die wendingen, en geloof mij, dit is niet altijd eenvoudig, vindt de weg naar binnen en zo ook de weg naar buiten.

Philip Merbau, een historicus, kijkt terug op zijn leven. Op het eind van zijn universitaire opleiding, krijgt hij de kans om te promoveren en te doctoreren, maar op dit voorstel van de faculteit is hij niet ingegaan. Zes jaar later krijgt hij echter spijt van deze beslissing en komt hij op het idee om de tijd terug te draaien, vooralsnog opnieuw naar de universiteit te gaan en de doctoraatsthesis toch te maken.

Zijn herinneringen betreffen voornamelijk mislukte relaties met twee vrouwen die hij niet aan zich heeft kunnen binden. Hij is eenzaam en heeft spijt van zijn gemiste kansen, maar beseft tegelijk dat die kansen er niet echt zijn geweest.

Deze paradox is het belangrijkste thema van de roman: de hoofdpersoon wil constant de tijd terugdraaien. Hij ervaart het leven als een labyrint.

Het is dus geen echt groot verhaal, maar toch interessant. Mij sprak voornamelijk de thematiek aan van de benadering van de geschiedenis op zich. Wat maakt geschiedenis, welke causale verbanden zijn er om wat is te verklaren. Telkens weer probeer ik geschiedenis ook te bekijken vanuit het oog van de verliezers, vermits zij door de overwinnaars, niet altijd respectvol, niet altijd waarheidsgetrouw, wordt geschreven. De dimensie die in dit werk er bijkomt, en dat vind ik juist het interessante, is het “toeval”. Wat zou de geschiedenis geworden zijn als enkele factoren als “toeval” hadden tussengekomen in de loop van de geschiedenis?  Stel dat Napoleon Bonaparte had gewonnen in Waterloo?  Of dat de zeventien Provinciën der Nederlanden hadden blijven bestaan?

Leo.

24 juni 2015

Caffè Trombetta

Caffè Trombetta werd opgericht door Vittorio Trombetta in 1890 in de beginjaren van het verenigd Italië en het ontstaan van de spoorwegen.  Vittorio Trombetta besloot om zijn bedrijf te starten in de Via Marsala, vlakbij het centraal station Termini, destijds en ook nu nog de aankomstplaats van de reiziger. Deze laatste kon dan onmiddellijk bij aankomst een goede koffie smaken, gemaakt volgens de beste Italiaanse traditie.

Caffè Trombetta werd meteen bekend om zijn kwaliteit, niet alleen door de toestromende reizigers, maar ook voor de doorsnee Romein, inwoner van de hoofdstad. Vandaag nog kan je in dezelfde ruimte nog steeds espresso proeven en er de beste mengsels van caffè Trombetta aanschaffen.

Het bedrijf groeide sterk mede door de sterke impuls van de naoorlogse economische boom. In de jaren 1960 kwam Giorgio Trombetta, kleinzoon van de oprichter, aan het roer van de organisatie. De ruimte in Rome volstond al lang niet meer. Een moderne fabriek werd gebouwd in Pomezia, een industriële wijk op een paar kilometer van Rome.

Giorgio Trombetta is bekend om zijn moderne aanpak en bedrijfsvisie en was een van de eerste branders die het voordeel inzag om koffie vacuüm te verpakken.

Giorgie Trombetta is ook de oprichter van Sao Cafè, een consortium waarmee hij succes behaalde in de grootdistributie.

In veranderende tijden, maar met de passie voor koffie het respect voor de familiale waarden besloot men in 1994 de zaken van het bedrijf uit te breiden door de overname van een van de meest prestigieuze adressen van de hoofdstad, in aanvulling op de historische gebouwen in de Via Marsala, de "Canova" op de Piazza del Popolo, beroemd in de hele wereld als een vaste ontmoetingsplaats voor Fellini en vele actoren van La Dolce Vita.

Caffè Trombetta SpA vandaag is een belangrijke familiaal gerund industrieel concern, een leidende figuur in de afzet van koffie in Italië en in de belangrijkste buitenlandse markten over de hele wereld, dankzij een productiecapaciteit in de fabrieksgebouwen van meer dan 6.000 ton per jaar. Het productieproces is volledig geautomatiseerd. Een informaticasysteem stuurt de productielijnen en maakt het mogelijk partijen en leveringen duidelijk te identificeren in overeenstemming met de geldende wettelijke eisen en veiligheid van de consument.


De eerste van deze koffies die wij ons aanschaften was de “Classico” een mix van de beste kwaliteiten van arabica en robusta. Dit is natuurlijk hun deel van het verhaal. De smaak naar mijn oordeel is absoluut niet afgerond voor het gebruik in een espressomachine. Het is een licht bittere koffie en een onvoldoende crèmelaag. Het product leent zic beter voor de percolator of de Italiaanse caffetiera van Bialetti. 't Is dus niet omdat het Romeins is, dat het a priori beter is.

Leo

25 maart 2015

De vierde gestalte

Auteur : Pieter Aspe
Uitgegeven : Manteau in 1998

Pentagram satanisme
In al zijn duivelse boosheid pleegt Satan zich in vier gestaltes te manifesteren: hij verleidt, hij misleidt, hij manipuleert en hij bedriegt. De genadeloze en mysterieuze hoofdfiguur die wij in deze misdaadroman gaan bespreken is Venex, een bedrieger die er alles voor over heeft om zijn honger naar macht en geld te stillen. Venex heeft allang gezien dat in ons tijdsgewricht onderwerpen als satanisme en esoterie op een ruime publieke belangstelling kunnen rekenen. In zijn mercantiele geest is het plan gerijpt om munt ter slaan uit het naïeve geloof in de nakende toekomst van de antichrist.

Want draai of keer het als je wilt, Satanisme is voor de “believers” een godsdienst! En voor wie mij kent of reeds in deze blogs heeft gelezen, loop ik niet hoog op met “gelovigen” van allerlei gezindte die te pas en te onpas denken hun omgeving te moeten missioneren of bekeren. Of verkies je het satanisme met de kleine s, niets meer of minder dan een actueel levenspatroon gericht op hedonisme, radicaal egoïsme, het narcisme ten top gedreven van het zuiver amoreel genieten, zonder in acht name van de medemens.

Op een dag wordt het lijk van Trui Andries, de jonge kalligrafe, in een sloot bij een flatgebouw gevonden. Van In wordt samen met Versavel gelast met het onderzoek.

Verdrinking en zelfmoord is een te snelle diagnose. Missen is menselijk, evenals voorbarige besluiten, en na enig onderzoek blijkt het te gaan om vergiftiging, moord dus! Trui Andries is vergiftigd met een zeldzaam niet opspoorbaar gif, indien in de juiste dosis toegediend.

Het onderzoek leidt naar een satanische sekte. De leider hiervan, Venex, gebruikt deze sekte als dekmantel voor een drughandel.

Alsof het onderzoek nog niet genoeg is, wordt Pieter Van In veronderstelt in opdracht van commissaris Dekee, een journaliste Saartje Maes te begeleiden. Die zal een reportage maken over de samenwerking tussen politie en rijkswacht. Maar is Saartje wel voor wie ze zich uitgeeft?

Hannelore Martens, de levensgezellin van Van In kan elk moment bevallen. Omdat Van In nogal wat optrekt met Saartje, valt Hannelore ten prooi aan jaloezie.

Op het ogenblik dat Van In bij de ontknoping is van het onderzoek, moet Hannelore bevallen. Op hetzelde ogenblik betrapt een verpleegster een man in een andere kamer die poogt een patiënt te vermoorden. Tijdens zijn vlucht, botst hij tegen Van In op en wordt herkend als de laborant die bij Trui’s autopsie het gif had opgemerkt.

Raf Geens, alias Venex, gijzelt Pieter, Hannelore en Saartje. De kraamafdeling wordt ontruimd door de Speciale Interventie Eenheid. Hannelore brengt een tweeling zonder medische assistentie ter wereld. De gijzeling wordt beëindigd als Raf Geens wordt neergeschoten.

Pakken sigaretten worden gerookt, liters alcohol op alle mogelijke plaatsen geconsumeerd en minstens een bak Duvel of twee. De auteur is zeker op dat ogenblik nog niet overtuigd van het “ongezonde” leven die dit met zich meebrengt, maar het boek is een product van zijn tijd. In 1998 mocht je zowat op alle plaatsen nog roken en drinken en stoorde ook niemand zich daaraan. Stel mij de vraag of dit ook in later werk van de auteur nog steeds veelvuldig aan bod komt.


Leo

20 maart 2015

Lokaas

Auteur: Luc Deflo
Uitgeverij : Manteau in 2001

In een bos wordt het verminkte lijk ontdekt van Johan Dewolf, commandant van de Molenbeekse rijkswacht. In zijn borstkas werd een hakenkruis gekrast, het lijk overgoten met salpeterzuur. Bij het lijk wordt een partij drugs gevonden. Deze figuur lijkt mij verdacht veel op Johan Demol, een gewezen rijkswachter, nadien Schaarbeeks politiecommissaris, politieker en kopstuk bij Vlaams Belang, voorheen Vlaams Blok. Gelukkig voor de echte is ie nog niet dood, toestand die ik niemand toewens alhoewel de verleiding soms groot is.

Onze Dewolf, die met harde hand het vreemdelingenprobleem in Molenbeek had aangepakt, adviseerde om in Mechelen dezelfde tactiek toe te passen: hard toeslaan in de gekleurde wijken rond de Sint-Romboutstoren om het drugs- en migrantenprobleem de kop in te drukken.

Door de drugs en de verminking van het lijk worden de speurders op een verkeerd spoor gezet, een afrekening uit het allochtonenmilieu met een van hun zwarte beesten. Wanneer een uitbater van een jeugdcafé wordt opgevoerd, verdacht van drugshandel, en een groen gemeenteraadslid, allebei allochtonen, worden onderzoeksrechter Jos Bosmans en zijn vriend Dirk Deleu van de Mechelse politie op de zaak gezet.

Bij de razzia in een Mechels jeugdcafé kunnen twee jonge Marokkanen net op tijd aan de politie ontkomen. Even later wordt een van hen dood aangetroffen. Het is het begin van een carrousel van geweld en intriges waar speurders Jos Bosmans en Dirk Deleu geen vat op krijgen. Er blijken veel meer intriges een rol te spelen: migrantenproblematiek in het centrum van Mechelen, de racistisch rechts-radicale beweging van Dewolfs vader, een dubbelrol van een gemeenteraadslid van Marokkaanse afkomst en corruptie binnen het politieapparaat. De spanning tussen migranten en extremisten loopt zo hoog op dat een burgeroorlog onafwendbaar lijkt.

De auteur laat zoveel personages opdraven dat je als lezer soms gewoon het verhaal kwijt raakt. Bovendien geraken ook de hoofdpersonnages aan lager wal, wat wij in de vorige besprekingen ook al zagen aankomen. Zij worstelen niet alleen met de misdaad maar ook met zichzelf in het verhaal, zij hebben een moeilijk privé leven. Dirk Deleu heeft het vooral moeilijk, na een pijnlijke scheiding, moet hij toezien hoe zijn nieuwe geliefde, Nadia Mendock, voor een ander lid van het team, Frank Tack, valt.

Maar naarmate het onderzoek vordert blijkt het net om iets meer te gaan dan een simpele afrekening maar om een strijd tussen machtigen die niets anders voor ogen hebben dan het islamgespuis te vernietigen.

Dirk Deleu wordt uit zijn ambt ontzet omdat hij lekte naar de pers en zo het onderzoek in de war had gestuurd. Hij gaat aan de slag als privé détective. Een van zijn eerste klanten is de vrouw van Murat Marouf, de uitbater van het Mechels jeugdhuis, die komt vertellen dat haar zoon is ontvoerd. Alles geraakt in een stroomversneller, Dirk zet op eigen houtje het onderzoek voort en ontmaskert de moordenaar en de opdrachtgever maar dit wordt hier dus niet onthuld.


Leo

06 maart 2015

De kinderen van Chronos

Auteur: Pieter Aspe
Eerste uitgave : Manteau in 1997

Chronos is een figuur uit de Griekse mythologie, de personificatie van de lineaire, meetbare tijd, die staat voor continuïteit. Hij stamt af van de oergodheid Chaos en wordt meestal voorgesteld als een oude man met een lange grijze baard. In dit boek is dit de figuur Lodewijk Vandaele. Zijn kinderen zijn de figuren die hij destijds als pedofiel afwerkte, Brys (minister in de federale regering, Aerts (een uitbater van bordelen) en Provoost (een gerenomeerd advokaat aan de balie in Brugge).

De verhaallijnen van dit boek zijn moorden, seksfeestjes, pedofilie, corruptie, chantage en doofpotpraktijken. Anderzijds tref je een aparte verhaallijn aan nl. de relatie privé van Pieter Van In met een substitute en zijn politiemedewerker Guido. Het is duidelijk dat de politiehervorming in België en de schandalen zoals de affaire Dutroux in de jaren negentig het verhaal mee hebben gestalte gegeven.

Tine Vermast en haar gezin wonen in een gerestaureerde boerderij in de omgeving van Brugge. Tijdens het spelen vinden de kinderen een skelet in de tuin. In de jaren ‘70 en ’80 had de boerderij een andere bestemming “De Love” en was het een luxehoerentent voor rijke en invloedrijke personen.

Commissaris Pieter Van In wordt met het onderzoek belast. Zijn onderzoeksmethode is niet altijd koosjer, soms strijdig met de vigerende regelgeving.. Welke inspecteur stuurt een groentje bij de politiediensten, Carine Neels, als undercover naar een bordeel, die de volgende dag niet op het werk verschijnt en door haar moeder als vermist wordt opgegegeven? Maar hij boekt succes en heeft in het verleden reeds enkele zaken keurig opgelost. Alles wordt tot in de puntjes uitgevlooid, niets of niemand wordt ontzien. Zijn werkwijze wordt door de hiërarchie niet altijd geapprecieerd en de leidende klasse wordt zeker niet ontzien.

Ook in dit boek krijgt hij de hulp van substituut Hannelore Martens ondertussen zijn levenspartner. Hannelore heeft contatcten met hogerhand en is in dit verhaal ook zwanger. De nood aan een “gezond leven” komt vrij veelvuldig aan bod. Van In is een kettingroker en ook vaak een drankorgel, en daarom legt ze thuis een tabaks- en alcoholvrij dieet op met gezonde voeding.

Guido Versavel is een zeer gevoelig man, homo en in dit boek wordt hij verlaten door zijn vriend. De sterke vriendschapsband met Van In en Hannelore brengt hem er langzaam bovenop.

Het lijk dat ze gemakkelijkheidshalve Herbert noemen moet worden geïdentificeerd en de moordenaar(s) gevat.

Vrij snel komt men terecht bij Lodewijk Vandaele, een rijke machtsgeile gepensioneerde leraar die als voorzitter van een VZW destijds de boerderij aan de familie Vermast heeft verkocht. Snel wordt duidelijk dat hij een pedofiel is die veel kinderen misbruikte. Hij had vroeger veel affectie voor de andere “bendeleden”. Die drie zijn hem blijven volgen en hadden nog contact met hem want ze kwamen regelmatig in De Love.

Het wordt een moeilijke speurtocht, waarin er veel personages in opduiken, maar beetje bij beetje krijgt Van In meer zicht op de zaak. Het wordt duidelijk dat het een belangrijke zaak is, waarin de betrokken personen er alle belang bij hebben het stil te houden. Dan spelen er zich enkele belangrijke gebeurtenissen af. William Aerts, een vroegere medewerker van Lodewijk Vandaele, ex-eigenaar van De Love, verdwijnt, maar duikt op het einde van het verhaal weer op.

Een andere belangrijke gebeurtenis is de moord op Yves Provoost, een gerespecteerd advocaat en vaste klant van De Love. Bovendien is ook de minister van Buitenlandse Zaken Johan Brys verwikkeld in deze zaak, dat maakt het alleen maar ingewikkelder.

Van In en Versavel komen banden met het VLOK op het spoor, een uiterst-rechtse groepering. Daarvan moest je lid zijn om geholpen te door de VZW Eigen Hulp. Eigen hulp wil zogezegd mensen in nood helpen, maar eigenlijk is het een dekmantel voor wat er zich echt afspeelt in De Love.

De ontknoping ga ik hier zeker niet uit de doeken doen, daarom moet je lezen. Verbijsterend.


Leo

20 februari 2015

Getekend vonnis

Auteur : Jo Claes
Uitgeverij : Houtekiet in 2013

In café ‘De Weerelt’ op de Oude Markt, wordt een dienster op een beestachtige manier vermoord. Het meisje is halfnaakt. Haar schaamhaar is volledig afgeschoren. Door haar tong steekt een tekenpotlood en vlakbij ligt een blad uit een stripalbum waarop een verkrachtingsscène is afgebeeld.

Hoofdinspecteur Thomas Berg heeft nooit eerder zoiets meegemaakt, sterker, de moordenaar heeft hem de plaats delict zelf met de juiste coördinaten per e-mail bezorgd.

Voor mij, als geocacher, een boek om verder in een ruk uit te lezen. Want wat doet een geocacher, aan de hand van coördinaten gaat hij op zoek met een gps naar een cache, een schat als het ware, een probleem om op te lossen en van de vondst te genieten. Weliswaar niet in deze roman want je treft enkel een verminkt lijk aan.

Een paar dagen later krijgt Berg een soortgelijke mail. Opnieuw vindt de politie een jonge vrouw die in bijna identieke omstandigheden werd verkracht, verminkt en vermoord. En weer ligt er een pagina uit een stripverhaal naast het lijk.

Vanaf dat ogenblik verkeert de studentenstad in de greep van de angst. Leuven geraakt stilaan in de ban van een seriemoordenaar wanneer het aantal moorden toeneemt. De sadist pleegt de moorden op steeds dezelfde bizarre wijze. Zowel mannelijke als vrouwelijke slachtoffers worden verminkt gevonden met een lichaamsdeel doorboord door een potlood en bij elk slachtoffer ligt telkens weer dezelfde pagina uit het stripverhaal. Ook Berg vreest dat in Leuven een volkomen verknipte sadist, ja zelfs een psychopaat rondwaart, vooral als er nog meer slachtoffers vallen

In de pers wordt de psychopaat, die blijkbaar ongrijpbaar is, weldra de stripmoordenaar genoemd.

Hoofdinspecteur Berg en zijn team houden zich met de uiterst vreemde zaak bezig. De stripmoordenaar daagt hen uit door telkens per e-mail de coördinaten op te geven waar het volgende lijk te vinden is. Een lange zoektocht begint naar de band tussen de slachtoffers om de moordenaar op te sporen. Berg krijgt het erg lastig om deze zaak op te lossen. Hij zet er zelfs zijn job voor op het spel. De nukkige inspecteur blijkt echter een volhouder te zijn en rekent op een foutje van de arrogante dader.

Ik heb nu bijna de ganse reeks uit de Berg cyclus gelezen is dit naar mijn oordeel een meesterwerk. Het is genieten van begin tot einde en je raakt opgeslorpt door de spannende en boeiende ontwikkelingen.

Dat de “Bronzen Adhemar” een tweejaarlijkse prijs voor de beste strip nu wel niet in Leuven wordt uitgereikt maar in Turnhout, doet in feite niets ter zake, de verwijzing naar het stripverhaal en rivaliteit onder striptekenaars komt de verhaallijn zeker ten goede. De schrijver is ook goed gedocumenteerd en je steekt ook wat op met de input van wetenswaardigheden die hij in het verhaal verwerkt. Met het middeleeuwse klaaglied ‘Egidius” tekent hij op een subtiele wijze naar de drijfveer van de moordenaar. Wanneer de hoofdinspecteur door de moordenaar in zijn hemd wordt gezet wordt dit vergeleken met de wijze waarop Giotto met één penseeltrek een volmaakte cirkel trok voor de sceptische paus Bonifatius VIII en niet Benedictus XI zoals de auteur vermeld. Onder druk van zijn oversten, denkt hij aan het verhaal over de uitzonderlijke moed van de weerspannige Romeinse patriciër Mucius Scaevola.


De dubbele betekenis van “Atlas”, de titanenzoon die het hemelgewelf torste en niet de aarde of van de geleerde van de legendarische koning van Mauretanië (in het Atlas gebergte), is misschien ook de dubbele bodem van de titel van het boek. Verwijzingen naar Mercator (Gerardus van Rupelmonde) zijn dan ook in het boek terug te vinden. De replica van de globe van Ferdinand Verbiest, jezuïet, missionaris en astronoom aan het keizerlijk hof van China die in het Atrecht college in de Naamsestraat staat, tooit dan ook de omslag van het boek.

Leo